Skip to main content

13 feiten over het spijsverteringssysteem van paarden

Het verteringssysteem van een paard is behoorlijk bijzonder. Paarden zijn geclassificeerd als een niet herkauwende herbivoor en een cross tussen een dier met èèn maag zoals een mens of een hond en een herkauwer zoals een koe of een geit.

Het probleem is dat mensen hun paarden vaak te eten geven zoals hunzelf of hun hond met alleen 2 tot 3 keer een maaltijd per dag. Dit werkt natuurlijk, alleen leidt dit wel vaak tot problemen. Als meer mensen zouden begrijpen hoe het verteringssysteem van een paard zou werken zou het waarschijnlijk al beter gaan.

Daarom 13 interessante feiten over paarden hun spijsverteringssysteem waarbij we beginnen bij het begin de mond:

1. Paarden kunnen alleen aan èèn kant per keer eten in hun mond. Dus niet tegelijk aan beide kanten zoals wij dit wel kunnen. Ze doen dit aan de hand van schuine bewegingen, van buiten naar binnen.

2. Een paard produceert tussen de 35 tot 40 liter speeksel per dag tijdens het eten van hooi/gras/stro. Dit is nodig om het maagzuur te reduceren en dit is nodig tegen maagzweren.

3. De slokdarm van een paard werkt maar in èèn richting. Is het je ooit opgevallen dat paarden niet overgeven? Ze kunnen dit namelijk niet. De slokdarm werkt maar in èèn richting namelijk naar de maag.

4. De maag kan ongeveer 7 liter vasthouden. De maag is dus best klein in verhouding tot andere delen van het spijsverteringssysteem van het paard.

5. Voedsel blijft ongeveer 15 minuten in de maag van een paard. Daarna verlaat het de maag naar de kleine darm.

6. Paarden hebben toegang nodig tot kleine beetjes voedsel elk moment van de dag. Als de maag leeg is kan het maagzuur de maagwand aantastten. En aangezien voedsel ongeveer 15 minuten in de maag van een paard blijft kun je dus wel bedenken dat het logisch is dat een paard dan de gehele dag de mogelijkheid zou moeten hebben tot voedsel (stro).

7. Het grootste deel van de vertering vindt plaats in kleine darm. Hier wordt suiker, zetmeet, proteïnen en vetten opgenomen.

 

 

8. Paarden hebben geen galblaas. De galblaas helpt bij de afbreking van vetten en in plaats hiervan doet de dunne darm en de twaalfvingerige darm dit voor een paard.

9. Voedsel kan alleen de blinde darm in en uit via de top. Als een paard gedehydreerd is oftewel te weinig gedronken heeft en uitgedroogd is dan kunnen zich hier bacteriën ophopen waardoor koliek kan ontstaan. Wil je ervoor zorgen dat je paard meer drinkt in de winter klik hier

10. De blindedarm en andere delen van de dikke darm bevatten actieve populaties van bacteriën en andere microben. Deze bacteriën en microben helpen voedsel af te breken in een proces dat fermentatie wordt genoemd.

11.  De bacterie- en microbenpopulaties worden specifiek in het fermenteren van het soort voedsel dat het paard normaal eet. Wanneer je dus plotseling een nieuw voedingsmiddel introduceert zijn deze bacteriën / microben niet in staat om het eten te verteren, wat kan resulteren in koliek. Dit betekent dus dat je voederveranderingen van paarden zeer geleidelijk moet doen.

12. Darmklanken oftewel je paard’s buik horen rommelen is een teken dat het voedsel door het spijsverteringskanaal beweegt. Bij afwezigheid hiervan kan het dus betekenen dat er een blokkade/verstopping is.

13. Gemiddeld duurt een verteringsproces van een paard 36-72 uur. Dat is van het begin tot aan het einde.

horsegloss

Bron foto 1: lara.soetebeer.photography

 

 

 

Shopping Cart